4.B Vertrouwenspersoon

Iemand met wie je in vertrouwen kunt praten, maakt het makkelijker over over moeilijke onderwerpen te beginnen. Als iemand denkt dat er iets mis is, kan diegene naar de vertrouwenpersoon gaan. Die is er voor iedereen: kinderen, jongeren, vrijwilligers, medewerkers en ouders. In organisaties met mensen met een verstandelijke beperking kan zo'n vertrouwenspersoon ook goed met hen praten. Hij of zij helpt om seksueel ongewenst gedrag te voorkomen. Bijvoorbeeld door op mensen af te stappen die zich niet goed gedragen. Ook belangrijk: het onderwerp met leidinggevenden bespreken. En natuurlijk behandelt de vertrouwenspersoon elke melding. Klein of groot, ernstig of minder ernstig. De vertrouwenspersoon heeft een geheimhoudingsplicht. Dus hij of zij geeft alleen informatie door als degene die hulp vraagt of een melding doet, dat goed vindt. Behalve als er strafbare feiten zijn gepleegd. Dan is de vertrouwenspersoon volgens de wet verplicht om dit bij de politie te melden.

Als vereniging of club kun je kiezen voor een vertrouwenspersoon die deel uitmaakt van de organisatie of voor een vertrouwenscontactpersoon van buitenaf. Een interne vertrouwenspersoon kent de organisatie en de cultuur goed en de leden kennen haar of hem, wat laagdrempelig werkt. Maar bij seksueel misbruikzaken kan een externe vertrouwenspersoon ook juist heel nuttig zijn. Die staat verder van de organisatie af en kent de vermoedelijke dader en het slachtoffer niet. Daardoor kan de externe vertrouwenspersoon zich onpartijdig opstellen. Als je organisatie te klein is voor een eigen vertrouwenscontactpersoon, kun je contact opnemen met de NOV. Om een idee te krijgen van het karakter van de functie kun je het profiel van een vertrouwenspersoon lezen.